24 TROUWEN.
wacht; hij haar aanziend of naar buiten turend, zij kalm en gestadig lezend.
Hij had gedacht en gehoopt dat een poos van stil samenzijn met haar hem goed zou doen, na de groote drukte van den voor hen zoo bizonderen dag. Van dat innig-samenzijn, had hij nog maar weinig genoten. Zijn reizigcrs-betrekking welke hem zoo dikwerf buitenstads voerde eenerzijds en de oud-joodsche ingetogenheid die bij Rosa thuis nog hoogtij vierde anderzijds, hadden het hem onmogelijk gemaakt, zijn meisje wel zoo innig te leeren kennen, als zijn warm-minnend hart graag had gewild. Doch nu waren zij ondertrouwd — nog enkele weken en ze zouden tezamen onder den trouwhemel staan......
Haar onwillige kort-affe antwoorden hadden hem ontstemd en gegriefd. Had zij dan geen oogenblik voor hem over; dacht