zijn bank, hij kan alweer op zijn horloge zien, vijf over zeven/hij moet nu dadelijk naar Roserl toe. Maar voor hij de kerk verlaat, loopt hij vlug tot voor de treden van het altaar en buigt zich over de bloemen, - het is zoals hij dacht, hij herkent zijn eigen lelies. Aan een van de stelen hangt een vergeelde correspondentiekaart, waarop het vergulde gravenkroontje prijkt boven Lili’s monogram. Op de kaart staat in haar slank handschrift i ‘Maria hat geholfen.5
En nu wacht Otto met popelend hart voor de zij-ingang van Kongross waar de nachtportier hem verzekert dat Fraulein Goldös nog boven moet zijn. Daar is ze ook al, haar rode mutsje staat iets minder uitdagend scheef dan des middags. Otto lacht haar tegemoet - ze kijkt hem te ernstig, zelfs voor de nieuwe Roserl die hij vandaag heeft ontdekt.
Buiten steekt hij maar dadelijk zijn arm onder de hare, ongeacht het groepje jongedames dat achter haar aan het warenhuis heeft verlaten. Het doet hem goed dat ze zich niet terugtrekt, hij is na dat gekke telefoongesprek toch niet meer zo zeker als vanmorgen.
‘Je wilt toch niet gearmd met me door de Luftbadgas-* se kuieren?5 vraagt Roserl eindelijk, ‘het zou onze reputatie schaden, Otto.5 ‘Lak aan de Luftbadgasse,5 zegt Otto en steekt zijn arm nog wat verder door de hare. ‘Ja, maar ik moet er nog blijven wonen tot mijn volgende salarisverhoging.5 - ‘Je bent een echte burgerjuffrouw geworden,5 verwijt Otto, ‘hoe krijg ik er dat weer uit?5 - ‘Trek het je maar niet aan, jongen, over een week heb jij er geen last meer van.5 Otto zwijgt. Op het pleintje voor de kerk houdt Vader Haydn nog even sereen de wacht als drie jaar geleden, zijn glimlach schijnt ook nog zeer welwillend neer op de paartjes die hier hebben afgesproken. In 5t voorbijgaan geeft 170