ling. Men kan er omheen lopen, het materiaal bekijken, de mechaniek van het nieuwe telefoontoestel bestuderen, - in die tijd is alweer een compagnie van het Bundesheer voorbij.
En dan staat Daniël plotseling in de cel met de telefoongids in zijn hand, en zoekt het nummer van Ministerialrat Rasser.
Op hetzelfde ogenblik schiet de werkloze, die hem in de drukte volstrekt niet uit het oog heeft verloren, het naastbijzijnd Kaffeehaus binnen, duwt de verbaasde kellner een politiepenning onder de neus en vraagt: ‘Waar is de telefoon? Vlug!’ - De kellner wijst in een hoek naast het buffet, de werkloze tikt een nummer aan en zegt bedaard maar overduidelijk: ‘Hier A. 23. Meeluisteren op publieke cel 94.’ Dan is hij alweer weggetrippeld op zijn geruisloze werklozen tof feitjes, hij komt juist op tijd om Daniël de hoorn te zien opnemen.
Zo. Nu is het gebeurd. Hij heeft het dus toch gedaan. ‘Het komt er allereerst op aan of je je eed wenst te houden.’ Wel, hij wenste blijkbaar de eed niet te houden, - het is gebeurd, hij is vrij van de eed.
Een vrouwenstem heeft het bericht aangenomen. ‘Frau Rasser,’ zei de stem. ‘Mijn zoon? die is in Klosterneuburg. ‘Neen/ heeft Daniël gezegd, ‘uw zoon is in het park van Schloss Laxenburg, in een oud tuinhuis, -hij is in gevaar, - u moet er dadelijk werk van maken. Schloss Laxenburg, wilt u herhalen? -’ Toen heeft hij de hoorn neergelegd.
Hij verwijdert zich van de Margaretengürtel waar nog altijd het Bundesheer voorbijtrekt, - hij kan nu wel naar huis gaan, naar Grootvader. Het is gebeurd, hij is vrij. Hij kan nu wel gewoon samen met Grootvader het
161