drukte emoties in bitterheid uit. Hij zou deze jongen, waarin hij zichzelf ziet terugkeren, veel goede raad kunnen geven, maar hij zal het niet doen, - zijn enige taak is, de jongen te gebruiken voor de zaak van het communisme, de grootste zaak die hij in deze wereld heeft kunnen vinden om zichzelf en anderen aan te geven.
‘Dus u gelooft dat het communisme de maatschappelijke eindvorm zal zijn?5 vraagt Daniël, als hij met de boeken onder zijn arm al een kwartier lang afscheid heeft staan te nemen.
‘Ja,5 zegt Ladislaus en weet dat hij niet geheel en al in eindvormen gelooft; maar welk critisch intellect van bij de dertig ontkomt aan het relativisme? ‘Ja, ik geloof aan het communisme, aan de overwinning van het gezond verstand, dat is het hoogste verstand. Ik geloof, dat we onze hersens niet hebben gekregen om ze te laten atrophiëren. Ik geloof, dat ons denkvermogen ons beste wapen is en dat we het moeten gebruiken om er de stomme wereld mee te lijf te gaan, grenzen op te ruimen, klassegrenzen, nationale grenzen, rasgrenzen, alle domme belemmeringen, die een planmatige wereldorganisatie in de weg staan, - een intelligent mens die durft doordenken, is communist.5
‘En de sociaal-democraten dan?’ vraagt Daniël, die enige goede vrienden heeft onder de socialistische studenten, betrouwbare, prettige kameraden.
‘De sociaal-democratie is een vastgelopen beweging,’ doceert Ladislaus. ‘Begrijp me wel, - ik ben geen simplistische socialistenhater zoals de meeste communisten, daarvoor zie ik te goed historische noodzakelijkheden. Jongeman, de socialisten hebben alles gedaan wat ze konden doen, — ze hebben uit het kapitalisme voor de arbeiders alles gehaald, wat ze er zonder ge
151