blik, wie had hem dertig jaar geleden durven voorspel-len, dat de grote Maria nog eens gast in zijn woning zou zijn? Hij buigt zich dankbaar over haar hand, die hij wel tien tellen langer in de zijne houdt dan moeder Resi nodig vindt, dan krijgt Maria een stoel naast hem en nu is hij verloren voor elke andere conversatie, -hij moet Maria immers vertellen waar en wanneer en in welke rollen hij haar bewonderd heeft! Al spraakzamer herinnert hij zich opera na opera, geniet, glimlacht, imiteert, en de goede Maria luistert met toewijding en aandacht naar haar eenvoudige vereerder. Zij weet nu eenmaal een mens te aanvaarden zoals hij is, misschien is het wel daardoor, dat hij in haar nabijheid zo wordt als hij zou kunnen zijn.
Johannes Hodl zou stellig een charmerend en humoristisch verteller zijn geweest als hij geen solide schil-dersbaas en huiseigenaar had moeten worden. Hij gaat zo op in zijn onderwerp, dat hij niet merkt hoe het om hem heen stil is geworden, tot Resi hem met een nadrukkelijk rukje aan zijn mouw, terugroept in de samenleving. En daar staat hij plotseling van aangezicht tot aangezicht met Mijnheer Pastoor.
Mijnheer Pastoor, breed, nog niet eens helemaal grijs, en zeer mannelijk ondanks de rok van zijn soutane, is al jovialiteit en genegenheid. Hij heeft zich voor dit middaguur moeten vrijmaken van velerlei beslomme--ringen, - ja, knikt Resi, 5t is nogal geen drukke parochie, Mariahilf, - maar hij zou niet graag dit feest verzuimen. Hij ziet rond in de kring van eerbiedige of alleen maar nieuwsgierige gezichten, knikt hier en daar met nadruk een uitverkorene toe en wil wel de extra-fijne sigaar aansteken, die Hodl blijkbaar voor dit doel in zijn eigen sigarenkoker heeft gereserveerd. Hij voelt, zich welbewust een van de nummers op het feestelijk
129