TROUWEN. 29
Simon gaf toe. — Nu — denkend dat het nog steeds de meisjes-afkeer van manberoering was die in haar worstelde — trachtte hij haar te verzoenen door rustiger omvatting en teerder omhelzing. Maar het meisje, in haar gevoel van gewonnen te hebben, maakte zich zijn gedwceër-zijn ten nutte en bevrijdde zich geheel — met een nóg heftiger ruk.
— Ben je boos, Rosa ? Of — is het......
ben je ook, misschien — een beetje — bang — voor me ?
Langzaam richtte ze het trotsche hoofd tot hem op — een koud, diep-blauw oog op hem vestigend, waarin wel het allerminst vrees was te lezen.
— Bang — bang voor jou ? schenen de heel-evcn openende lippen te spotten. Waarom zou ik bang zijn — en nog wel voor jou ?