TROUWEN. 177
waarom ben je zoo vroeg thuis ? drong moeder aan.
— Och — niets I
— Och niks — wat is och niks I
— Goeie nacht!
— Goeie nacht en ’t is middag 1 Is ’r dan niks uit die jonge te krijge ? Jacob, wekte ze haar halfsuffenden man op — Jacob — hij zeg goeie nach!
— Laat ’m zeggen — misschien gaat-ie naar bed — filosofeerde vader, plots opgeschommeld uit ’n lekker namiddag-roesje. De tafel-conversatie liet hem onverschillig. Des middags zat hij gewoonlijk een half uurtje in café te bitteren, voor den maaltijd. Maar, eenmaal thuis, moest er gegeten en niet gezanikt worden, was zijn stelregel.
— Jij ben mesjokke, verweet zijn vrouw hem. Zie je dan niet — je kind daar staan ?
12
Springer, Trouwen.