TROUWEN. 175
— Nee — laat maar — adieu !
— Simon......
Hij stapte reeds voort...... met gebogen
hoofd......
Net als voor veertien dagen, dacht ze — en ze keek hem na. Maar, zoo min als dien avond — wendde hij zich nu nog eens om.
Verwijtend knaagde het in haar. Waarom moest ze ook iets vertellen, waarom had zij zich de waarheid laten ontwringen ? Had ze het ei maar op laten aankomen...... Wellicht — hij — zoo hoogzedelijk en zoo eenvoudig......
— Ro — gaan we naar huis ?