168 TROUWEN.
— Jij — jij......I Armzalig, egoist wezen 1
En ik dan......? Ben ik dan van ijzer? Is
dan mijn gevoel — mijn leven bestand
tegen...... tegen...... jouw...... tegen jouw
opvatting van liefde en huwelijk ?
O — o 1 O God I Had me...... had me
afgewezen, had me uitgelachen...... had
me bespottelijk gemaakt voor ieder ander... Dat zou ik hebben verdragen. Dan nog zou je menschelijk hebben gehandeld, vergeleken bij nu...... den laatsten dag.
Nee — nee — néé 1 Hij stond op, doch greep met beide handen het tafeltje tot steun. Nee — ik
kan niet...... het kan niet l
Ik zou me zelven moeten verachten —
voor ,me uitspuwen......
Ik zou het niet kunnen...... je morgen
in liefde aannemen als mijn vrouw, voor het oog van God en van de menschen......