TROUWEN. 103
Haar zwijgen drukte beklemmend op hem.
— Je zegt niets, Roos! Toe — zeg dan wat.
Waarom zwijg je ?
En, toen het angstig in hem gelooven wou, riep hij al zijn teederheid op om dat te verhoeden.
— Roos — Rosa — mijn Rosa......!
Zeg dan wat...... één woordje. Mijn engel...
mijn meisje...... je m4g toch spreken......
Jij — je bent rein...... rein als je oogen
— je gezicht...... Je bent kuisch.........
kuisch — omdat jij niet anders k4n zijn...
Die paar woorden...... die beduidden
niets...... niets...... wel ?
Roos...... zie je niet...... dat je me
bang maakt...... Zeg het dan,
fluis-
— Wat moet ik dan zeggen