160 TROUWEN.
— Maar ik begeer niet — verweerde
hij zich innerlijk...... Als zij zelve niet
meer verlangt — dien ander te behooren...
De liefde, door haar blik en aanschijn eens in hem tot bloei verwekt ontgloeide sterker dan ooit in zijn ziele-wezen wekte
alle verlangens van zijn menschelijk lichaam
weer in hem op...... En pijnlijk ging het
in hem vreezen, dat hij niet zelfstandig genoeg zou zijn, om zonder haar zijn leven door te gaan ; zag hij zich in de toekomst een zwerver zonder rustplaats......
Zijn onmacht bewust, poogde hij zich tc rechtvaardigen.
Nu — toch — zou het geen uiting van zwakheid meer zijn ; nu pleegde hij immers geen verraad meer ? Had zij niet gezegd — dat zij hoopte spoedig van hem te gaan houden ? Had hij wel het recht te twijfelen aan haar woorden ?