TROUWEN. 149
een macht, sterker dan haar individueel bewustzijn. Nog kort tevoren trotsch rechtop gezeten, zat ze nu diep in haar stoel gezonken Zij voelde, als had ze, in die
weinige oogenblikken, haar bestaan van
meisje tot oude vrouw doorleefd.........
en had ze niets meer te verwachten, niets meer te hopen......
Haar koel-blauwe oogen, straks nog zoo
zelfbewust haar omgeving overziend......
duisterden al meer en meer, onder een
schaduw van schuwheid...... De kleur op
haar wangen was verwelkt...... De handen
woelden nu zenuwachtig in haar schoot...
— Simon ! — bracht ze uit — ziende dat hij bleef zwijgen, waarom jezelf zoo gekweld......? Waarom zoo pijnlijk gedacht en gesproken over dingen...... die
al lang voorbij zijn...... en niet meer te
herroepen......