138 TROUWEN.
— Wat wil je...... zoek je twist ? Wat
beu je grof. Willen we maar naar huis gaan ? Koel-bedaard als altijd, greep haar hand het tafelblad tot steun en maakte ze beweging van opstaan.
— Roos — blijf — zitten, stootte hij schor uit. Vast omklemde hij de hand die het tafelblad vasthield. Is je mensche-lijk gevoel voor mij — ik spreek niet van liefde — dan zoo gering — dat je mij —
deze eene gelegenheid niet gunt...... mij
niet wilt toestaan......
Zijn gedachten dwarrelden dooreen — hij zocht tevergeefs naar de geschikte woorden. Dan drong het door zijn hersenen, dat het hem, man, niet paste te prevelen als een smeekeling, te stamelen als een kind. Het doorgloeide hem als helle waarheid, dat hij de verongelijkte, de bedrogene was en dat zij naar hem had te luisteren,