TROUWEN. 137
hun biertje dronken en op de kinderen die het terras op en af joelden en den tuin in draafden om alle boomen en tafeltjes.
Simon, haar blik volgend, begreep er de bedoeling van. Zij trachtte hem het zwijgen op te leggen, met een beroep op die menschen. Die menschen — die te veraf zaten om hen te kunnen hooren ; de kinderen die het te druk hadden met hun spel. Dan protesteerde het in hem. Wel, al was hij te beluisteren — hij zou tóch spreken en zij zou antwoord geven.
— Ja — alleen — alleen 1 stootte hij opgewonden uit. En al was dat niet zoo — dan kon ’t me nóg niets schelen. O —
jou — jou begrijp ik heel goed...... Jij
zou wel al die menschen naar hier willen halen — dicht om ons heen — om toch maar een gesprek onder vier oogen onmogelijk te maken.