132 TROUWEN.
Jetty’s gedachten hadden ongeveer den-zelfden loop genomen; het ijs zou niet wegloopen, maar het kon gebeuren dat Rosa plotseling naar huis wilde. Jetty’s oog, langs Selly heenblikkend, zag hoe ze verlangend de fietsen besonnetteerde......
— Sel — daar rijdt Toos met ’r zus...
— Cato ? Selly sprong op. Beiden maakten beweging van loopen.
— Catootje van Goch hier ? vroeg Rosa
ongeloovig...... Waar gaat dat heen, riep
ze dan luider.
— We komen direct terug.
Snel liepen ze de stoelen om, naar de
rijwielen. Even weifelden ze...... Er stond
niemand bij...... ’t Leek zoo wel diefstal...
— Vooruit, Selly! zei Jetty in vlug begrijpen van haar zusjes aarzeling, Simon zei, we konden ze zoo meenemen. Die kellner lijkt wel zijn boezemvriend te zijn, schalkte ze achteraan.