TROUWEN. 129
gearmd; naast Rosa ging Jetty terwijl Selly sentimenteel aan zijn linkerarm hing. Als nu en dan de drukte hen verhinderde naast elkaar te blijven, dan liet zij zijn arm los en trok ze Jetty met zich in de achterhoede, voor een oogenblik.
’t Was een dier mooie zomermiddagen, dat niemand thuisblijft.
Op het Leidscheplein werd Simon aanstonds belegerd door een groepje bloemen-
verkoopers...... Een heer met drie dames
kon wel een paar rozen koopen. Mijnheer wist immers wel, een roode roos, op een
witte blouse...... Of — liever zoo’n fijn
bouquetje...... Vastspelden ? Blozender dan
ooit, wandelden de bakvischjes verder, trotsch op haar zwager, bouquetjes en eigen persoontjes.
Bij het Paviljoen ontmoetten Simon’s en Jetty’s blik elkaar — en Selly keek
SPRINGER, Trouwen. 9