128 TROUWEN.
— En je hebt ’r beter ijs dan......
— Vin-je niet dat-ie ’r een beetje slecht
uitziet? ’t Is voor zoo’n jongen......
— Als-ie maar eerst getrouwd is......
— Mondje nou zoolang dicht, schoonzussen.
— Als het graf...... die plombiëres
smaakten me niets bij......
Louter van voorpret vielen ze in eikaars armen, kusten elkaar als katjes, trapten
op eikaars voeten en twistten daarom......
Tot Rosa kwam. Toen sloten ze ijlings vrede om gezamenlijk snedige en afdoende antwoorden te geven op de verwijten en vermaningen van de oudste zuster.
* *
*
Het modepaleis op de Keizersgracht verlatend, wandelde Simon met zyn dames terug — langs de Leidschestraat. Zij liepen