189
mentele liedjes gezongen en toen het vier uur in de morgen was, verklaarde de Rechtsanwalt, dat ie niet naar huis ging, want dat zijn vrouw hem de huid vol zou schelden en hij pas de volgende morgen de echtelijke woning binnen durfde komen, want dan was zijn ega ter kerke. Als ze dan terug kwam was haar eerste woede wat gezakt.
„Trouw niet, jonge mensen,” beweerde hij op tragische toon. „Je bent je vrijheid kwijt, voor altijd.”
„En hij gaat nog niet naar huis, nog lang niet, nog lang niet!” zong Henk, met het Tiroler hoedje van den Wirt schuin op z’n hoofd.
Waarop de Rechtsanwalt treurig het hoofd schudde en z’n zoveelste biertje bestelde.
Toen werd Isa door sterke armen in de hoogte getild en in triomf door de zaal gedragen, Lemcke op de schouders getild en bespeecht en werd er gezworen, dat „die Rose” hen terug zou zien tot in lengte van jaren.
„Es lebe die Rose, hoch! hoch! hochü”
De volgende middag was de afreis.
„O, ik moet' huilen” zei Els, toen ze naast Til in de slede zat en uit alle macht wuifde naar de achter-blijvenden.
„Ik niet! ’t was zalig, heerlijk, om nooit te vergeten en ik heb een gevoel of ik bergen kan verzetten,” juichte Til.
„Ja, eigenlijk heb ik dat gevoel ook,” gaf Els toe. „M’n vingers tintelen om te beginnen.”
„Weet je Els,” zei Til zacht. „Ik hoef nu niet bang meer te zijn, dat er niets anders voor me te doen valt als de piano-studie toch een mislukking blijkt te zijn.”
„Wat ga je dan doen?” vroeg Els nieuwsgierig..
„Dan helpt Ida Brenner me om iets te bereiken in haar vak. Maar ’t zal misschien helemaal niet nodig zijn. Ik heb me nog nooit zó fit gevoeld.”