183
beetje viste/’ maar gezien het grote leeftijdsverschil hield ze het toch maar binnen! „Nou,” herhaalde ze dan. „’t Was toch wel zuur ze allemaal te zien wegtrekken. En Lemcke, die nogal zei, dat ik een van de beste van de beginnelingen was! ’t Is gewoon een streep door m’n eerzucht!”
„Ja, ja,” plaagde Ida haar. „Praat er maar netjes over heen. Intussen geloof ik, dat zich daar een keurig romannetje heeft af gespeeld op dat zonneterras!”
Bea trampelde inwendig van woede.
„’n Echte zeurpiet!” dacht ze nijdig. „En nou moet je nog heel liefies doen, want ze heeft me waarachtig toch trouw gemasseerd. Jakkes, dat denken nu ook de andere gasten. Gezanik ook van Henk, om maar steeds om me heen te hangen! ik zal ze morgenavond op de afscheidsfuif wel eens even laten zien, dat er niets, niets tussen Henk en mij is. O, als die oude nijdas van ’n dokter me niet laat gaan!”
Maar de oude nijdas vond goed, dat ze de afscheidsfuif zou bijwonen.
„En ik kom zelf ook,” beloofde hij, want hij was in een erge milde bui. „En dan drinken we samen op de goede afloop van uw enkel-kneuzing.”
„Hoera!” juichte Els, toen ze die middag op Bea’s kamer kwam om te praten over de laatste avond, die een „knal-avond” beloofde te worden. „Ik krijg Isa’s Zondagse pracht te leen!”
„Zal je kostelijk staan,” vond Bea. „Je hebt net een snuit voor die aardige muts met fladderlinten.” „O, en dat keurs moet je zien en die wijde rok! ik laat me kieken! dat moeten ze op school zien!” taterde Els opgewonden. „Wat doe jij aan, Bé?”
„Pch! pch! pch!”
„Jasses, wat flauw!”
„Hoe flauw!”
„Ze krijgt weer praats! d’r pootje is weer O.K.!