179
dig. Maar je wilt toch eens voelen, dat je eigen familie dat meeleeft en voelt en ’t je van harte gunt. Ik zou het óók fijn vinden om al die aardige kiekjes, die er van ons gemaakt zijn, aan iemand te sturen. Ik zou me er ook in willen verheugen, nu al, om alles van die heerlijke dagen te vertellen aan iemand.... thuis.”
Tom, die juist een gezellige brief van z’n moeder verslonden had, met allerlei moederlijke waarschuwingen van „warm kleden” en „niets wagen” keek naar Toet, die zich wat afgezonderd had en in een hoek van de zaal met een tijdschrift zat, waarin ze niet las.
„Verduveld zuur,” dacht hij, toen hij de bekende verbitterde trek op haar gelaat zag. „Nooit post voor haar. Die moeder van mij heeft eigenlijk ook niets bizonders te schrijven, maar ze voelt, dat ik toch precies wil weten, hoe ’t thuis is. Nou maar niet ineens naar haar toe gaan, net doen of ik niet zie, dat er alwéér niks voor haar bij was. Gisteren keek ze ook al zo verdrietig en ging niet eens kijken toen de post kwam. Ik zou die lui met plezier eens af kunnen knokken.”
Toet bleef die avond stil, en schoon ze zich dwong vrolijk met de anderen te zijn, de ware stemming wilde niet komen.
Tom, die haar geen moment uit het oog had verloren, doch zich opzettelijk weinig met haar bemoeid had, kwam juist toen er veel gedanst werd, naar haar toe.
Toet dacht, dat hij kwam vragen of ze dansen wilde en ze had al een weigering op de lippen.
Maar Tom had heel andere plannen.
„Zeg, ik heb daar es even naar buiten gekoekeloerd, maar het is een avond om te zoenen, o neen, zo bedoel ik ’t niet ” zei hij een beetje verlegen onder Toet’s verbaasde blik. „Ik wil maar zeggen, een schitterende avond voor een wandeling in de sneeuw. Je
12*