176
derd, hoor, dat ’t zo ver kwam en ik ben die inzinking met gemak weer te boven gekomen. Mijn vader zette een streep onder de studie en liet me volgens m’n eigen wens naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding gaan, waardoor ik geworden ben wat ik nu ben. Zie je, Til, dat zou ik jou ook willen aanraden: probeer eerst het nog een jaar vol te houden. Nu kom je gesterkt naar lichaam en geest terug. Want de weldadige invloed van de wintersport voel je pas na een paar maanden. Geef niet te gauw de moed op. Je zult eens zien, hoe goed je je voelt als je terug bent. Doe veel lichaamsoefeningen, dat houdt je fit. Je kunt bij mij in de Inrichting komen, dan zal ik je helpen. Maar geef niet te gauw op, wat je eenmaal begonnen bent. En mocht het je niet lukken, wel, dan kun je nog een andere kant op. Ook dan ben ik bereid je te helpen, want wie eenmaal goed in de put gezeten heeft, die weet wat het zeggen wil. Kijk, jouw studie is heel wat minder droog dan de mijne was. Je hebt een uitgesproken talent — dat hoorde ik van je vriendinnen — ’t zou jammer zijn een voorbarig einde aan je studie te maken. Probeer wat je kunt. Zie er niet tegen op en geloof in de overwinning.”
„Ik zal ’t proberen,” beloofde Til, Ida’s krachtige handdruk beantwoordend.
Toen bleven ze samen nog wat na praten, net zolang tot hun ogen dichtvielen en ze eendrachtig in slaaD zeulden.
„Mijn kop d’r af,” dacht Ida Brenner, toen Til naar haar kamer terug was gegaan om zich te kleden voor de avond, „mijn kop d’r af, als dit kind doorgaat met de studie. Ik hoor ’t uit al haar woorden. Ze komt niet heen over haar kleinmoedigheid, ’t Hindert niet. ’t Kind staat me aan. Ik zal haar helpen, zoals ik ’t een jonger zusje zou doen.”