171
Wat beteekende, dat de muziek moest zwijgen en de lichten gedoofd moesten worden. Het was iedere avond dezelfde vertoning en Fritzl’, die guitaar speelde, plonke-plonkte ongestoord verder, Alois, de tweede assistent van Lemcke bracht evenmin z’n „Schifferklavier” tot zwijgen en alles danste rustig door, totdat ten tweede male lange Hans z’n „Polizei-stunde, meine Herrschaften” liet horen, maar deze keer wat nadrukkelijker nog dan tevoren.
En steêvast was er dan het even praten met elkaar van de danslustigen en het maar besluiten tot betalen van „Hockergeld”, dat bestond uit één Schilling per man, waarvoor men zich dan het recht kocht om te blijven „hokken”.
In welke kas dit geld terecht kwam, wist niemand, maar er was niet één die er zich om bekommerde, de hoofdzaak was dat men door kon gaan met „gezelligheid te plegen”.
„Ja,” zei Henk, „we hebben hem kostelijk bij z’n neus gehad! we hadden geen van allen zin het Hockergeld te betalen. We hielden dus op met dansen, de muziek zweeg en Isa draaide de lichten uit. Toen zijn we met z’n allen in de keuken gekropen, net zo lang tot lange Hans een eind weg was. Fijn weer de lichten aan, guitaar en harmonika aan het spelen, das Hanchen aan het kwelen van één van z’n sentimentele liedjes en wij aan het dansen.
Na een half uur komt Isa naar binnen gestoven. „Lichten uit! lange Hans komt voorbij!” De leperd had ’t zaakje niet vertrouwd en kwam z’n tweede ronde maken. Toen hebben we ’t niet verder doorgezet, want we waren toch ook wel moe en vandaag is ’t weer een vermoeiende dag.”
„Behalve voor jou!”
„Behalve voor mij,” stemde hij toe. „Ik rust vandaag ot> m’n lauweren.”
„En Els heeft gisterenavond een heerlijke verras^