164
schept, er om geloot was wie het hebben zou, drong Fritzl’ aan op de tweede afvaart en weer stoven ze naar omlaag en werd voor de tweede maal, halt gemaakt, nu in een Gasthof, waar ze zouden wachten tot Lemcke met groep B. aan zou komen.
Het was een alleraardigst gezicht, al die sportieve bruingebrande skiërs, die zich genoeglijk schikten om de enorme wit stenen kachel. Het was één gezoem en gelach, terwijl de gesprekken grotendeels liepen over het genotvolle skiën van die dag.
„Wat een kostelijke verbroedering toch,” zei Tom. „Ik geloof, dat je elkaar nergens zo na komt, als in die reine, witte natuur, bij een sport, die wel de mooiste van alle sporten is.”
„Genieten van „de romantiek van de witte bergen”, plaagde Bea. „Weet je ’t nog Tom, toen we met ons husje aan het Kalfje zaten?”
Toen Paul Lemcke met groep B. verscheen, was de gelagkamer overvol en kakelden allen zó dooreen, dat men zijn eigen woorden niet kon verstaan.
Na een kort oponthoud gaf Lemcke het sein tot de laatste afvaart.
Het was een majestueus gezicht, al die skiërs van de hellingen te zien stuiven. Groep A. en B. zelfbewust en zeker; de groep beginnelingen vol durf, maar nog niet zó vertrouwd op „de latten” als de twee andere groepen. Het was voor hen een altijd weer oppassen om niet tegen anderen aan te stuiven.
Alles verliep prachtig, tot even vóór de aankomst. Juist op dat moment kwam Bea te vallen, waarbij ze met de enkel van haar linkervoet onder de ski van haar rechtervoet geraakte.
Het gaf een hele consternatie en Fritzl’ droeg er zorg voor, dat die achter haar kwamen niet over haar heen zouden vallen.
Henk was al direct bij haar.