155
toch keek hij met genoegen naar het dansen van de andere gasten.
„En dan doet ze nog zo hoog tegen Lemcke,” ergerde Til zich. „Ze kan gewoon geen aanmerking velen/’
„Net zolang tot ’t hem verveelt,” zei Jet. „Dan zet ie haar even op d’r nummer.”
Iedere morgen was ’t hetzelfde liedje. Als ze een helling af moesten glijden, was mevrouw Heinen bang en verkoos ze boven te blijven.
Maar deze morgen, nadat ze enige schampere opmerkingen had gemaakt, werd ’t Lemcke te machtig.
„Nu of nooit!” dacht hij en terwijl hij zijn hel-blon-de kop naar achteren gooide met een spotlach op zijn gezicht, pakte hij haar bij de arm en gleed onder de uitroep: „Vereint in den Tod!” met haar de helling af.
Haar man en de andere leerlinge^ braken in een schaterlach los. ’t Was tè mooi, statige hoge Vrouwe Heinen, die tegen haar wil naar beneden gleed.
Toen ze weer boven kwam zeiden haar opeengeklemde lippen hoe nijdig ze wel was. Resoluut deed ze haar ski’s af, liet ze in de sneeuw liggen en ging naar het hotel terug.
Lemcke zat toch wel even in de knoop met het geval, excuseerde zich bij haar man, zei, dat ie haar wat moed had willen geven.
„Al goed, al goed!” wenkte deze en hij had moeite niet nog eens in lachen uit te barsten.
Toen liep hij snel z’n boze vrouw achterop.
„Daar zal wat zwaaien!” voorspelde Henk.
„Arme meneer Heinen,” zei Til. „Lastig als je zo’n hoge Vrouwe hebt.”
Tot ieders vreugde wenste mevrouw Heinen niet langer gebruik te maken van de ski-cursus, hield ze zich hevig beledigd, bleef als de anderen oefenden of een kleine tocht maakten met een miskend gezicht op het zonne-terras liggen doch liet, tot ieders verba