151
Jet werd door hem als een goede, oude bekende verwelkomd.
„Is Isa er nog?” vroeg Jet.
„Selbstverstandlich,” zei de Wirt en in z’n handen klappend: „Isa, Isa, komm’ mal her!”
Een vrij grote, wat gezette jonge vrouw met helblauwe ogen en zwart haar, in Tiroler dracht, kwam naar Jet toegelopen, begroette das Fraulein onstuimig.
„Ze is hier een Manusje van alles,” lichtte Jet in, toen Isa weer naar binnen was gegaan. „Zeisservier-madel en staat boven al het vrouwelijk personeel. Wat er te vragen valt, vraag je maar aan Isa, die weet overal raad op. Zo jongens, nou gaan we — daar zijn ze hier precies mee, hoor! — eerst ons Meldezettel invullen.”
Achter Jet aan gingen ze naar Isa, die op een blocnote hun naam, beroep en leeftijd invulde.
„Nu wordt als wij boven zijn Isa overrompeld door de gasten, die alles van de nieuwelingen willen weten,” lachte Jet. „Hele veldslagen hebben we geleverd om de blocnote te bemachtigen en dan verdedigt de dikke Isa zich tot ze er bij neer valt.”
„Ik kan niet meer,” steunde Els en ze liet zich neerplonzen op de trap.
„Vooruit, schapen, naar boven!” joeg Jet ze de trap op. „Lekker opfrissen, ’n paar uur liggen en dan koffers uitpakken. Fijn, ik heb dezelfde kamer van verleden jaar! Pfundig, Isa!”
Isa lachte haar brede lach en zei, dat Fraulein Jet een streepje voor had omdat ze stamgast was.
„Hoe willen jullie?” vroeg Jet. „Dit is een kamer voor twee en hiernaast een wat grotere voor drie. Jullie kunt kiezen.”
„Jij blijft op je kamer van verleden jaar en we loten er om wie bij jou blijft. Vinden jullie ’t goed?” vroeg Bea.