130
stem, „je zult er geen Indische dingen vinden. Al wat me aan Indië zou kunnen herinneren, heb ik daar gelaten. Nu voel ik, dat het onzin van me was, want de herinnering aan Indië wilde ik niet verbannen, alleen maar al wat ik er door de mensen heb moeten lijden.”
Er was op Toet’s gezicht weer „de apotheker’s-trek”, dacht Els en hartelijk zei ze:
„Sarongs of geen sarongs, ik kom! En dan zul je, zo goed ben je niet, voor me poseren. Ik wil nou zo graag op school met iets goeds op de proppen komen en ik heb een idee, dat jouw mooi profiel me tot goed werk zal inspireren.”
„Ik ben geheel tot je dienst,” beloofde Toet. „Misschien kan ik dan onder de hand breien.”
„Breien?” verwonderde Bea zich. „Ga jij soms zelf....?”
Een lichte blos overtoog Toet’s gezicht, dan zei ze onbevangen:
„Vin-je ’t gek, als ik een trui voor Tom brei? Tante zal me er wel aan helpen, maar zelf zal ze ’t niet graag doen. Ik vind ’m zo’n aardig type en hij schijnt niemand te hebben, die ’t voor hem kan doen.”
„Ik vind ’t helemaal niet gek,” zei Bea. „Denk er alleen aan, dat je hem de wol in rekening brengt, want Tom is een vreselijke trotskop.”
„Ga ik meteen wol kopen. Els, loop je even met me mee? Jij hebt zo’n goeie smaak. Hier vlak bij heb ik een wolwinkel gezien.”
„O.K.”
„Denk aan pennen! flinke ^dikke!” riep Bea hen na.
„Wat scheelt Els?” dacht Til, die aan de overkant van een straat Els zag lopen, ’t hoofd naar beneden en geheel in gedachten verdiept.