126
Tom. „Dan niet doei}, hoor! ik zie je al met een grote en een kleine hand!”
„M’n tante is een brei-genie. Als ze niet bridge’d, dan breit ze. Wil ik eens ’n goed woordje doen? Welke kleuren moeten het zijn?” informeerde Toet.
„Tére kleuren, passend bij z’n slanke gestalte,” plaagde Els.
Juffrouw Numan...”
„Zeg toch Toet.”
„Best, als u me dan Tom’t.”
„T. en T.” kreet Els.
„Is toch..lachte Bea.
„Toet, vertel je tante, dat ik haar als ik apotheker ben, levenslang van zoute drop zal voorzien, wanneer ze een wollen trui voor me breit. Ik kom haar zelf bedanken!”
„Daar zal ze een moord voor doen,” veronderstelde Els.
„De kleuren mag ze zelf uitzoeken. Als ze maar geen kanariepieten-geel met paars neemt, want dat staat me beslist niet. Hoeveel kan zoiets kosten?” „Toet d’r tante zal gek zijn!” lachte Els.
„En als ze nou gek is, wat dan nog? Willen jullie soms even de maten opschrijven? Bé, heb je een centimeter?”
„Heb je ooit zo’n doordrijver gezien?” proestte Els. „Kom hier, nijlpaard, zullen we de maat van je welgevulde corpus nemen,” en Bea de centimeter afgrissend begon ze te meten. „Toet, schrijf op! rug zestig.”
„Bestaat niet,” zei Tom.
„Borst,” ging Els onverstoorbaar voort, „vijf en veertig,”
„Geen verhouding,” bromde Tom. „Toet, kijk jij eens of ze zich vergist.”
Toet nam de centimeter.
„Ik krijg maar 47 voor de rug.”