204
„Dag! je bent vroeg, hè?”
„Niets vroeger dan anders.”
„Als nog maar onder vriespunt,” dacht ze. „Zou ie m’n feestelijk gewaad niet zien?”
Ze had een van de aardige jurken aan, die maatje met zooveel zorg voor haar uitzet gekozen had.
Ja, hij zag het wel en hij had haar wel zoo in z’n armen willen nemen, want ze zag er uit om te stelen. Maar hij wilde niet zwak zijn en wachten, zooals hij al die dagen al gedaan had, tot ze naar hem zou komen.
„Schiet je een beetje op met je toilet, ik heb een engel van ’n hors d’ oeuvre in mekaar gedraaid.”
O”
„Hu!” rilde Corry. „Nou, maar hij heeft ’m nog niet gezien.”
En Lodewijk, terwijl hij vlug naar boven liep, dacht overgelukkig:
„Dat gaat goed! Het Correkind haalt bakzeil.” De tafel was door Corry met veel zorg gedekt, hij constateerde het met vreugde, toen hij plaats nam. In het midden prijkte de schaal.
„Zeg nou eens, dat het er goed uit ziet,” zei ze en keek hem pal in z’n al niet meer zóó ernstige oogen.
„Werkelijk een kunststuk. Als het net zoo lekker smaakt...”
„Begin dan maar gauw,” noodde ze en ze dacht: „temperatuur iets zachter!”
„Druk geweest vandaag?” vroeg ze.
„Ja bar! Heerlijk is die hors d’ oeuvre. Moet je meer doen.”