200
wat je moest doen, Corretje? Je moest voor Lo twee groote portretten maken van vader en moeder. Hij heeft niets anders, dan die kleine portretten.” „Mary!” Ze keek verheugd op. „Zou ik dat kunnen?”
„Natuurlijk. Heb je niet een bijzonder mooi portret van je vader gemaakt? Wie het ziet is er verrukt over.”
„Ja, maar toen kon ik nog teekenen.”
„Loop heen! je kunt het nog en als je nu begint wordt het veel beter nog, omdat je het doet voor Lo.”
„Kind, ik ga het vanmiddag direct probeeren. Toe, lieverd, blijf bij me zitten als ik den opzet maak.”
„Best! en ik kom iederen dag kijken en je zeggen, hoe precies de trekken waren. O, wat zal Lo gelukkig zijn!”
Heel stil zat Mary dien middag in het atelier, toen Corry, naar de foto van hun moeder, de pastel opzette.
Ademloos volgde ze het zwarte krijt, waarmee Corry haar schets begon.
„Het wordt goed,” zei Mary telkens weer. Zwijgend, met een kleur als vuur werkte de jonge vrouw door.
Na twee uur zonder ophouden gewerkt te hebben, zei Corry blij:
„Het wordt goed, mereltje, ik ben er nu niet bang meer voor.”
Vier dagen achtereen kwam Mary op de Pere-laer. Al wat ze aan verstelwerk had, werd meegesleept en zoo zat ze uren lang te zwijgen, met