190
Lodewijk keek hem na, toen ze langs hem gingen en hij ergerde zich aan de belachelijke wijze waarop het modieuse kereltje met z’n vrouw danste.
Corry lachte juist op dat moment luidkeels en het gaf den indruk of ze zich kostelijk amuseerde.
De tweede dans deed ze met dokter Bremer en Lodewijk danste met mevrouw Kaanter.
„Zoudt u „de Brem” niet nog even opbellen,” stelde de dokter voor. „Mary en Walter hebben misschien wel zin om nog een tijdje te komen. Mary’s clubkinderen gaan al om negen uur weg, herinner ik me.”
„Wat is u aandoénlijk goed op de hoogte,” spotte Corry.
Ze hoopte hem verlegen te maken, maar hij keek haar ernstig aan en zei:
„Ik kom er zoo vaak, natuurlijk ken ik hun gewoonten dan. Mevrouw Martens, u moet me geen bemoeial vinden, maar waarom komt u zoo weinig op de Brem?”
„Ze zien me daar liever niet, dan wel en buitendien, er komt bijna nooit iemand bij mij. Voor Maatje besta ik ook al niet meer.”
„Maatje heeft het zóó druk met haar beide pleegkinderen. Uw vader èn dokkie hebben heel wat zorgen noodig en zoo vol toewijding als ze hen verzorgd. Ik heb ’t nog zelden zoo gezien. Ze is een van de liefste vrouwen, die ik ken.”
„En Mary dan?” plaagde ze.
„Mary? Die kon een dochter van maatje zijn. Die kan zich zelf ook zoo heelemaal wegcijferen en alleen maar denken aan wat ze voor anderen kan doen.”