178
onderdrukt had.
„Bê-je nou heelemaal!” zei onthutst Elly.
„Toe maar,” overreedde Corry, „ik fuif jullie op alles. O, je zult eens zien hoe dol ’t zal zijn. Juist dit onverwachte is zoo bar genoegelijk. Toe nou, wees nou niet zoo akelig bedachtzaam. We zijn vóór ’t middageten weer thuis. Vooruit! moet je ftiet lang zeuren.”
De zusjes de Geer lieten zich anders niet zoo gauw overrompelen, maar Corry, die ze meer vereerden dan een van hun andere kennisjes, wist hen te overreden en voor ze ’t wisten, zaten ze in den trein en hadden zoo’n schik in het dolle uitgangetje, dat ze al aan geen bezwaren meer dachten.
Juist op het moment, dat Corry het stoute plan opperde, keek Lodewijk uit de groote open ramen van zijn privé-kantoor en het lokkend zonnetje bracht hem op het idee vandaag eens wat vroeger op te houden en Correkind te verrassen. Hij wilde in den mooien, nieuwen wagen, aangeschaft toen hij ging trouwen, hier of daar met haar heen en een etentje met haar hebben in ’t een of ander gezellig restaurant, iets, waar ze dol op was en dat haar heelemaal op zou fleuren.
Dus gaf hij nog eenige orders aan zijn boekhouder en reed blij gestemd naar huis.
Al dien tijd dacht hij er aan, hoe ze zou opspringen van vreugde, dol en uitgelaten zou doen, zooals haar gewoonte was als hij haar met iets verraste.
Bij het hek van de Perelaer gekomen, toeter-de hij uit alle macht.