162
stad om alles in te koopen voor den bruidstooi.
Twee kleine meisjes, van bevriende families zouden als bruidsmeisjes fungeeren.
„Maar mondje dicht,! hoor!” zei maatje, „’t Is een verrassing, dat Corry in bruidstoilet trouwt.”
De kindertjes voelden zich heel gewichtig en vonden het fijn, met de mevrouw, die, boeken schreef, mee te gaan naar de naaister, om te passen.
„Zie ik er niet uit als een pias?” vroeg Corry, toen ze het bruidstoilet kwam af passen.
„Kijkt u maar eens even in den spiegel,” zei een beetje onthutst om de veronderstelling, de naaister.
„Est-ce toi, Marguérite?” galmde Corry, maar ze moest toch toegeven, dat „de pracht” haar wel flatteerde.
„Mensch, ik ben gewoon een beauty in m’n bruidsjurk! Wat zal dat af vallen, als ik weer in een gewone jurk rond been!”
De elegante costumière had nog nooit zoo’n origineele bruid bij zich gehad en ze lachte een beetje zuur-zoet.
„Zijn de jurken van de bruidsjoffers al klaar?” vroeg Corry.
„Die blijven een verrassing voor je,” zei maatje.
„O, wie weet, hoe de stakkerds toegetakeld worden! U geeft ze toch geen kransjes op hun bollen? Dat vind ik zoo Paasch-ossig!”
„Wacht maar af, hoe ’t zijn zal.”
Corry had zich natuurlijk in dien tijd al wel tien keer versproken tegen Lodewijk of Mary en ’t was een gelukje, dat die niet den minsten argwaan