154
worden. Bij Ant kan hij doen en laten wat hij wil.”
„We zullen daar eens deugdelijk werk van maken.”
„Best, meisje, zet jij hier den boel maar eens op pooten, dan zorg ik voor een waarnemend medicus.”
Hij gaf Mary een lijstje van al wat de patiënt wel en niet mocht hebben en reed weg.
Mary zette een frisch glas kwast voor dokkie neer, liet het gordijn wat zakken, opdat hij geen hinder van het licht zou hebben en ging, met de belofte van ’s avonds nog even te komen, naar huis.
Hij was te moe om iets te zeggen, knikte haar alleen maar toe.
Met Ant besprak ze wat dokkie dien middag te eten zou krijgen, zag haar norschheid over het hoofd en regelde alles zooals het moest.
Toen ze terug kwam, zaten Corry en haar ouders in den tuin onder de groote parasol.
„Hoe is het met dok!” riep Corry al uit de verte.
Mary vertelde alles.
„Arme, lieve dok, niks voor hem om zich zoo in acht te moeten nemen,” vond Corry.
„Neen, en ik vrees, dat hij het ook niet zal blijven doen als hij weer opgeknapt is. Of er moest controle op hem zijn.”
„Mary, weet je wat we moesten doen,” stelde maatje voor. „Jij en ik gaan hem om beurten verplegen, tenminste gebeurt dan in z’n rust-tijd alles zooals het moet. En dan vervangen we elkaar hier ook. Je moet me toestaan een werkend aan