In het gareel

Titel
In het gareel

Jaar
1928

Druk
1928

Overig
1ed 1928

Pagina's
216



135

„Dat noem ik mannentaal!” zei goedkeurend Walter.

„En ga je nu toch morgen weg?” vroeg Mary.

„Neen, dat zou tè erg zijn,” zei Corry. „Ik blijf nog ’n dag of vier, maïtre Brulot moet me de zonde maar vergeven. Maar dan ga ik ook onherroepelijk.”

„En weet je wat we Zondag gaan doen, merel-tje?” vroeg Lodewijk. „Zondag gaan we naar het huis waar Evertsen de schilder gewoond heeft en als het naar Corry’s zin is, dan gaan we daar tegen het einde van den zomer wonen.”

„In „de Perelaer”? Maar dat heeft zoolang onbewoond gestaan! ’t is er een woestenij!”...

„Laten we ’t maar eerst    eens gaan    zien. Ik denk,

dat ’t heelemaal    naar Corry’s    hart    zal zijn.    Ik

herinner ’t me nog, van toen de Evertsen er in woonden, ’t Was er een waar dorado.”

„En waarom blijven jullie niet in onze mooie Brem?” Mary vroeg het met iets als verwijt in haar stem.

„Er is geen geschikt atelier voor Correkind,” zei Lodewijk en ’t leek Mary even of er spijt in zijn stem was.

De Zondag brak aan.

Een stralende,    zonnige    dag,    met    bijna al    een

voorjaarstintje.

„Merel! schiet    op! we    gaan    er    direct na    de

koffie heen,” drong Corry aan. „O, ik ben zóó benieuwd het huis te zien.”

„Heb jullie de sleutels al gevraagd?” vroeg de altijd bedachtzame Mary.

„Neen, glad vergeten!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.