134
Mary gaf hem zijn zin en schonk de thee in.
„Daar heb je ze!”
„Ja! moet je daarom nu de thee op het schoteltje inplaats van in me kopje schenken!”
Mary, gejaagd, plonsde melk in zijn kopje, schoof het hem toe.
In de gang opgewekte stemmen.
Mary’s hart maakte een dartel sprongetje.
Daar ging de kamerdeur open en Corry vloog naar binnen. Corry, met een kleur als een boei en... verlegen.
„Mary!”
Zooals een moeder ’t gedaan zou hebben, zóó nam Mary het meisje in haar armen. Toen ging ze naar stralenden Lodewijk en gaf hem een klinkenden kus.
„Wat zeggen jullie er wel van?” vroeg Corry, toen ze tusschen Lodewijk en Mary op de setty zat. „Zijn jullie niet stom verbaasd?”
„Da’s waar ook!” riep Walter verheugd. „Merel! ik krijg een fijne doos Abdullah’s van je! Zóó verbaasd zijn we nou!” en hij vertelde Corry van hun weddenschap.
„Wanneer gaan jullie je verloven?” vroeg Mary.
„Zoodra de toestemming van Correkind’s vader binnen is,” zei Lodewijk. „Tot dien tijd zijn we officieus verloofd!”
„Dat duurt dus nog minstens twee maanden,” zei spijtig Mary.
„Je moest je broertje beter kennen,” lachte Corry. „Er gaat vanavond een brief per vliegpost tot Genua en daarin verzoekt hij vader te tele-grafeeren als hij z’n toestemming geeft.”