110
„Wat is het puur en mooi,” fluisterde Corry en heel die wandeling zweeg ze en keek maar rond naar de donkere met sneeuw beladen denneboomen.
Maar vóór ze in huis gingen werd de kobold weer wakker in haar en een massa sneeuw oppakkend, begon ze Mary in te wrijven. Toen werd het een algemeen sneeuwgevecht, dat pas eindigde toen Corry verklaarde, dat ze doodmoe was en haar mandje ging opzoeken.
Den volgenden dag had Mary bepaald, dat de jongens ’s middags met Corry zouden gaan arren in de ar, die ze van boer Jansen konden krijgen, dan kon zij met de meisjes alle toebereidselen voor het Kerstmaal maken.
Het drietal was nog niet weg, of Mary toog met de meisjes en den tuinman aan het werk om de eetkamer en de daaraan grenzende zitkamer in Kerst-tooi te zetten.
Toen alles klaar was, liet Mary nog een laat-sten blik over het geheel gaan, of er nu heusch niets vergeten was en toen, met een zucht van vergenoegdheid, zei ze:
„Ziezoo, nu sluiten we de kamers netjes af en mag er niemand in voor we de kaarsen hebben aangestoken.”
Zingend liep ze naar boven om zich te kleeden voor het diner.
„Wat zal ik aantrekken,” peinsde ze, „als gastvrouw mag ik me niet tè chique maken en toch, ik heb zoo’n feestelijk gevoel, ik heb echt zin om me eens op te doffen.”
Ze keek even naar het mooie toiletje, dat ze op het diner bij de Toumelle’s had gedragen.