„Moeder.. helpt hooi tegen warme voeten? Helpt het, als je hooi heenspreidt over je voeten om ze af te koelen?”
Wat is dat nu? Gelooft moeder het ook niet? Neen, want Moeder zegt, ze zou denken dat de voeten er eerder nog warmer door worden.
„Maar moeder. . waarom deed Vader dan hooi over onze voeten, omdat ze zoo warm waren dien dag toen de Keizer voer door het Kanaal?”
„Heeft Vader toen hooi over jullie voeten gedaan?” „Ja zeker, moeder, ja zeker!”
Moeder staat even voor zich uit te denken.
„Zat er toen naast jullie een dikke boerin?”
„Ja, met twee dikke dochters. En ze hadden aan hun onderrokken prachtige kant en roode kralensnoeren met goud en er kwam een heele wolk warmte van ze af toen ze zitten gingen, die ook naar eau-de-cologne rook..”
„Daarom deed Vader hooi over jullie schoenen.” „Om die boerin en die twee dochters?”
„Ja, want ze keken telkens zoo. . naar jullie schoenen. . en jullie schoenen waren zoo stuk.”
O. . was het dat? Ze staat er een poos lang stok-stijf stil van te kijken. Hooi helpt dus toch niet voor warme voeten. Wat gelukkig, dat ze het maar niet tegen den meester volgehouden heeft!
207