schuilen mochten? Nu moest ze hun taal kunnen spreken om ze te vertellen, dat ze nooit, nooit geld aannemen wil, al zou ze mogen van vader, voor wegwijzen of heenbrengen, wanneer het niet uit te duiden is. .
Ze kan niets zeggen, ze kan alleen de jongste dame zoo aankijken, dat die de hand met den gulden weer terughaalt, naar het open beursje in haar andere hand. De jongen zag het en is héél boos op de andere dame, de heer en de andere dame stonden er met den rug naar toe, de jongste dame haalt de schouders op en loopt de anderen vooruit naar de deur.
Maar de jongen is naar zijn moeder toegegaan en heeft haar iets ingefluisterd. Ze lacht en knikt. . een ander taschje gaat open, ze zoekt er even in, maar nu komt er geen geld. . doch o, zoo iets prachtigs. . een bont satijnen lint, heel breed, met kleuren als in zonsondergang, tintelend geel en bruinig goud en stralend oranje. . waar in de wereld zouden zulke dingen worden gemaakt, en wat moet je rijk zijn om ze te koopen, en wat moet je goed en lief zijn om ze weg te geven! De dame gaf het den jongen en de jongen geeft het haar, en hij klopt op zijn zak: voor het balletje!
Ze zijn weg, ze sloot de deur achter ze dicht. Aan den hemel gingen weer breede blauwe ruimten open, de zon zond een zilverigen glans van zich uit, de wind is teruggegaan naar één van zijn vier groote woningen achter den horizont, de weerkeerende warmte lokt het pasgevallen water alweer mee terug, het luchtruim in, naar de wolken toe: in den zilveren gloor blinkt overal de opstijgende damp, dat is het water, dat in betoove-ring den olm weer verlaat!
Binnen hangt hun reuk nog, staan hun leege stoelen nog. Ze kijkt er naar. Daar zat de heer, daar de dames en daar de jongen met zijn blauwer dan hemel-blauwe oogen. Hij heeft (het balletje dat zij hem gaf, zij heeft
199