lijken warempel wel boos op den olm., dat is niet mooi van ze, dat is niet rechtvaardig. De olm doet wat hij kan. . is het soms zijn schuld dat de wind weer opsteken komt en aan zijn takken rukt en zijn loof uitschudt boven de hoofden van de vier vreemdelingen? Beleefd is wel anders, maar wie verwacht nu beleefdheid, tegenover menschen, van den wind!
Het wordt wel een beetje erg. Door het gootje van zijn midden-nerf laat ieder blaadje een klaren droppel rollen naar zijn spits gekartelden top, die valt er dan af, en daar staan ze onder en die krijgen ze op hun hoofd en op hun boek, wanneer ze erin lezen of kijken en op hun neus, wanneer ze ontevreden, hun gezichten opheffen naar den boom. Ja, daar is niets aan te doen.
De twee dames keken naar haar al een paar maal. . en nu kijken ze naar hun huis, naar de ramen en naar de deur en weer voelt ze zich een kleur krijgen, maar ditmaal is het omdat ze zich schaamt.
Mensclien in den drop te laten staan en niet te vragen of ze binnen willen komen schuilen! Ja, als het gewone bekenden waren, of desnoods onbekenden, die ze vertrouwen mocht en in eigen taal toespreken kon., maar zulke menschen, rijke vreemdelingen in uitheemsche kleeren, reizend voor pleizier, kijkend uit nieuwsgierigheid, hooren die in hun huis? Toch schijnen ze het te willen en heel noodig wordt het eigenlijk ook, zóó deinen en zwiepen de takken, zoo schudden ze hun nat over de hoofden uit. En wat 't verdrietigste is: de olm krijgt nu de schuld, je ziet het duidelijk aan hun gezichten, en het is de wind, die het doet!
Dorst ze het maar te vragen, dat ze in huis komen moeten, kon ze zich nu maar verstaanbaar maken. Spraken het haar oogen, vroeg het haar gezicht? Ze praten met elkaar en knikken naar haar en komen alle vier naar haar toe en bij eiken stap schuin-dwars
195