Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



״Nu is het gauw uw beurt," zei hij, ״mag ik hier op u blijven wachten?"

Ze antwoordde niet dadelijk. Een vluchtig, onbehaaglijk gevoel bekroop haar, dat hij een spelletje met haar dreef —, ze hield zich voor, dat ze naar Egbert moest —, maar ze kon niet de lieflijke harmonie van het oogenblik met wantrouwige, koele afwijzende woorden breken —, ze zwichtte en beloofde.

״En we soupeeren samen," drong hij aan.

״Dat zal niet kunnen, er liggen al kaartjes bij de plaatsen."

״Dan verleggen we die kaartjes. Toe —,laat ik dat mogen doen." Zijn stem klonk nu vroolijk en vol van blijden overmoed, zijn oogen hadden een sterker glans dan tevoren —, opnieuw zwichtte ze.

Maar even later, terwijl ze alleen stond en voorlas, steeg haar gevoel weer ver boven het oogenblikkelijk bestaan en haar eigen wezen uit. Ongedacht bewogen door haar eigen verhaal, tot anderen gesproken, zag ze teglijkertijd haar uiterlijke verschijning als weerspiegeld in de oogen der hoorders en voelde een krachtigen drang allen zonder onderscheid in dat ééne oogenblik te behagen om van allen zonder onderscheid in dat ééne oogenblik geliefd te zijn.

De jongen van zooeven was vergeten, ook Charley en Egbert en Ruyssenaers, elk afzonderlijk voor allen tezamen. Toen ze geëindigd had, voelde ze zich opnieuw zoo ver-teederd en harmonisch en zoo zacht verblijd, en ze wilde nu weer naar Egbert, doch niet hij, maar de ander wachtte haar in de verlaten, smalle corridor en liet haar champagne drinken en zei bezorgd, dat haar wangen gloeiden en haar voorhoofd klam was en blies haar zacht over de oogen, zoodat ze wel glimlachen moest in een zachte, duizelzoete vervoering, en fluisterde vleierij over haar uiterlijk, over haar oogopslag en den klank van haar stem. — Ze liepen samen naar het vertrek, waar de tafel al was aangericht voor het souper. Een knecht drentelde daar verveeld en stijf op schildwacht en wilde hen keeren, maar werd overrompeld en Ina keek toe, terwijl hij haar kaartje opnam en naast het zijne legde. Ze voelde zich nu weer beklemd, in een benauwd besef, 't welk al zwaarder ging wegen, dat ze te ver ging.

״Ik zal u. maar eens een heel eind van uw man afzetten" —, schertste hij en Egberts kaartje werd naar nog verder verlegd. Ze voelde het als een geringschattenden hoon, Egbert aangedaan, en haar hart kwam er tegen in opstand, een

73

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.