vriendin, die haar beleedigd had en pijn toegebracht zonder edelmoedigheid of deernis —, toen ze zich de sterkste voelde, met het ideaal van haar kinderjaren, die ze als een hooger wezen had vereerd, voor wie ze haar heele ziel, tot haar gedachten toe, had willen verheffen en louteren —׳, en die haar uitgelachen had. Nog kon ze er niet zonder een rilling van afgrijzen en schaamte aan denken —, maar ze wilde er niet aan denken, ze was nu veilig bij Charley, ze was nu gelukkig en haar wenschen gingen in vervulling. Naast Charley en met haar tezamen werd ze opgemerkt en geliefkoosd door vele oogen. De slanke jongen met zijn roode bloem was bij hen gekomen, hij was baardeloos en blank, met een brilletje en zacht glanzend haar — ; in de buiging van zijn stem was dezelfde onpersoonlijke distinctie als in zijn heele uiterlijk wezen; hij sprak met aangeleerde hoffelijkheid, maar wat hij zeide klonk temidden van muziek' en bloemengeur zoo streelend en vervoerend teeder, dat Ina er zich gretig door bekoren liet. Hij had haar al een paar maal gezien, vertelde hij, eenmaal op straat en eenmaal in een concertzaal, en had haar dadelijk herkend en zich gehaast, aan haar voorgesteld te worden, nu hij wist, dat zij eigen werk voorlezen zou. Hij stelde zoo heel veel belang in kunst en in kunstenaars —, hij las zelf ook wel heel veel, maar hij zag toch in, dat het rechte inzicht hem ontbrak. Het was misschien wel wat onbescheiden, maar mocht hij haar toch haar oordeel over enkele boeken vragen ? Onder het spreken had Ina Charley's nabijheid geheel vergeten, nu ze opzag, ontwaarde ze haar een heel eind verder de zaal in, met anderen in gesprek. De jongen zag rond naar een hoekje om een oogenblik rustig te zitten —׳, tenminste als Ina wilde. Ze liet zich meenemen, de stoeltjes stonden tegen een palm aan, haast er onder; als ze zich achteruit boog, voelde ze het prikkend kriebelen der bladen in haar haren en haar nek —, dat gaf zoo'n zoet-verdoovend gevoel. En de jongen naast haar vertelde haar nu héél in vertrouwen een wonderlijke geschiedenis van de verbroken verloving van een zijner vrienden. Ze had hem ״De Kleine Johannes" als verjaargeschenk gegeven en hij had gezegd, dat hij het een suf verhaaltje vond —, of iets van dien aard. En toen had ze het uitgemaakt, niet zoo maar voor de grap, of om hem een. lesje te geven —, neen, onherroepelijk verbroken —! Hij-zelf begreep dat niet, kon er niet bij, en nu was hij zoo blij, dat hij Ina had ontmoet, om te vragen hoe zij zoo iets begreep. En Ina maakte zich warm voor het meisje, en antwoordde
71