Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



״Als ze er nu maar wat van terecht brengen. Het zijn toch maar dillettanten. Ik heb er een erg hard hoofd in, hoor!"

„O —, een strijkorkestje, dat de „Kleine Nachtmuziek" geeft! Ze hebben het toch maar knap in elkaar gezet, vind-je niet ?"

„Het ziet er werkelijk nogal aardig uit," erkende Egbert.

Ina neuriede zacht de melodie van het romancetje en knikte Egbert toe. Dat hadden ze indertijd samen gehoord en beiden volop genoten. Wist hij nog wel ?

Hij knikte en lachte —, als tegen een kind, om haar blijdschap. Maar ze lette er niet op, ze was al blij, dat de knagende ongeduur, de vreemde gretigheid, een begin van die pijnlijke en gevaarlijke prikkelbaarheid uit haar verdween, en dat ze zich rustig voelde worden. Ze dacht aan het oogenblik, nog veraf, dat ze zou moeten voorlezen, ze zag haar naam op het programma en de verwachting zette haar hart in zachten gloed. Het was als trok een mist op, een vlotte monterheid schoot door haar leden. Iets was er dan toch nog om naar uit te zien! Alles had nu een ander en lichter aanzien, ze zat tevreden-mijmerend naast Egbert en kon de menschen gadeslaan, zonder die felle begeerte zich tusschen hen te begeven en met hen één te zijn. — Wanneer Egbert iemand groette, vroeg ze alleen naar den naam en keek hem dan na. Daar ging een paar voorbij en Egbert groette weer —; het was een vrouwtje donker en dartel, kleurig gekleed, los zich bewegend, naast een veelouderen, grijs-blonden, langen man, met smallen, gebogen neus, scherpe wenkbrauwen, diepliggende oogen, een fijnen, beweeglijken mond. Ze schertsten aanhoudend, Ina keek ze na tot ze door anderen aan haar gezicht waren onttrokken.

„Wie waren die twee, Egbert?"

„Professor Ruyssenaers en zijn vrouw. Hij doceert kunstgeschiedenis ׳—, zij is een doctoranda in het een of ander — ; ze schrijft ook, artikelen over allerlei onderwerpen, je zult haar naam nog al eens in tijdschriften zien."

„Ken je ze goed?"

„O neen, heel oppervlakkig —, hem heb ik eigenlijk maar eens ontmoet, haar ken ik beter uit den tijd, dat ze wel bij Geerte kwam. Ze liepen toen samen college bij hem en zoo zijn die twee mekaars slachtoffer geworden."

Ina zweeg, ze had zoo graag Egbert gevraagd haar aan ze voor te stellen, ze schenen haar zoo anders dan de anderen, losser en fijner en vroolijker, dieper en beschaafder tegelijk, maar ze durfde niet goed, ze durfde eigenlijk niet

68

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.