Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



vernieuwing van het gansche bestaan in die enkele oogen-blikken van zinlooze verrukking. Maar haar schuwheid weerhield haar en Egbert kende wel velen der aanwezigen, maar scheen niet van zins zich bij hen aan te sluiten —, wat moesten ze ook met al die menschen, vond hij, hij bleef veel liever alleen. Ina durfde niet vragen 'aan deze-en-gené te worden voorgesteld, het behoorde immers tot hun traditie van hooghartige menschvérachting, dat ze naast de anderen stonden en die anderen afzijdig-spottend hekelden. Maar terwijl ze daar doelloos stond, als een ontevreden, teleurgesteld kind, zich tegelijk haar kinderachtigheid schamend, slonk alle verwachting al uit haar weg. Daar gingen plotseling de deuren naar een andere zaal open en een jonge man in feest-kleedij met roode bloem stond in den ingang, hij vroeg stilte, sprak enkele woorden, die voor Ina door den afstand onverstaanbaar bleven en trok zich terug. De menschen stroomden nu die andere zaal binnen, Ina volgde met Egbert, ze zag tusschen planten en siergroen, die de grijze wanden halfhoog verborgen, de fleurige tentjes met de vroolijke, frisch-gekleede meisjes die bloemen en cigaretten en prenten verkochten, hun lachende gezichtjes keken over hun uitstallingen heen de zaal in, ze knikten en wenkten vrienden en broers, in een oogenblik waren ze door groepjes omringd. Hoe gaarne had ze ook in een van die tentjes gestaan, gevleid, bewonderd, geliefkoosd door vele oogen, van allemaal de meeste vleierij, de meeste bewondering oogstend.

Waarom had Egbert toch uitgemaakt, dat het verkoopen in een tentje te gering en te flauw was voor haar? Oindat ze van werken en overdenken hield en streefde naar klaarheid van begrip ? Maar was ze dan daardoor gescheiden van anderen, moest dan altijd het een het andere buitensluiten? Voor anderen gold dat misschien —, voor haar niet. Elk oogenblik had immers zijn eigen eisch —, elk uur bracht immers zijn eigen bekoring, zijn eigen verlangen —; in dit uur wilde ze alleen dwaas en uitgelaten en vroolijk zijn.

״Laten we nu maar gauw ons penningske offeren," stelde Egbert voor, ״en dan ergens in een hoekje een kopje thee drinken. Dan kunnen we meteen het programma eens doorzien." Ze kozen een prent uit, Ina kocht een bouquetje en stak dit in haar ceintuur —, ze had het liever in haar haren gestoken, maar durfde niet. Ze zetten zich aan een tafeltje in een hoek, en keken samen het programma in.

״II ne faut jurer de rien," zei Ina. ״Wat aardig, dat ze dat juist gekozen hebben. Weet je wel? Het is allerliefst!"

67

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.