Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



Licht en slepende muziek, zware bloemengeur, een gedempt vroolijk rumoer van veel menschen, drentelend door de ruime zaal of in groepjes tusschen het opgaande groen der planten —•, en zijzelf eindelijk temidden daarvan, in wit gekleed, trillend van ongeduld —, als wilde ze reeds in dit eene oogenblik van binnenkomst alle vreugde en heerlijkheid naar zich toe halen en tot zich nemen. Ze waren laat, Egbert die van den avond als van ״een corvee was blijven spreken, waartoe hij zich in een zwak oogenblik had laten overhalen en voortdurend voorstelde dat het er ״stom-vervelend" zou zijn, had niet den minsten lust tot haast getoond én Ina had niet durven aandringen, haar eigen ongeduld met schaamte verborgen. Hoe kon ze bekennen dat ze verlangend uitzag naar een fancy-fair en een soupertje, naar datgene, dat ze „duf-burgerlijk" en vervelend moest vinden? Maar het wachten bij zijn tergende langzaamheid had niettemin zelfbedwang en lijdzaamheid gevorderd —, en voortdurend had ze voor haar evenwicht gevreesd, dat het in verbeten drift gestoord mocht worden, haar geest voor alle genot verstompt, alle vreugde bij voorbaat uitgesloten. Nu echter was dat gevaar voorbij, stond ze vrij en veilig, de uren lagen lokkend voor haar open en ze moest genieten. Ze wist nog wel niet waarvan en hoe, voelde alleen een trillende, opjagende, onbestemde gretigheid, als een uitgehongerde voor een beladen tafel, naar wat ze niet kende en niet aan te vatten wist. Ze zag de menschen, haar feestgenooten, aan —, met hen allen tezamen zou ze opgaan in feestelijke harmonie, in een blijden roes van eensgezinde levensvreugde. Tusschen bloesemgeur ruischte muziek, licht straalde van alle zijden —, de weeke, lokkende klanken vervoerden haar tot verlangen en zoet zelfbeklag —, ze had zich zoo gaarne tusschen de anderen begeven, die daar glimlachend en rustig praatten en drentelden. Maar ze dorst niets toonen. Ze stond immers naast Egbert en verborg daardoor al als vanzelf wat er in haar omging, ze hield zich koel-kritisch als hij, en lachte mee in zijn laatdunkenden spot op alles wat hij zag —, maar haar gedachten vertoefden bij de menschen. Ze wilde met hen allen, zonder aanzien of onderscheid, in harmonische feestelijkheid vereenigd wezen — juichen en dansen en lachen, het leven doen oplaaien, wijder, rijker, gloeien-der doen uitschijnen, als waren er goudvlammige vreugdevuren ontstoken, als kinderen elkaar zingend bij de hand vatten tot een rondedans, om het dansen, om het zingen, om de vergetelheid en de verheerlijking, de verruiming en

66

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.