Reeds in het halfdonker van trap en gang, reeds in het hijgend opklimmen had zij Egberts handschrift herkend.
De klok sloeg elf uur.
Ze las en viel bevend en ontdaan in haar stoel ׳—, duizelend als had iemand haar een onverhoedschen klap op het hoofd toegebracht. Dit had ze nimmer verwacht —, nooit was een vermoeden ervan in haar gedachten gekomen. Dat Ègbert en Nesje Waldorp elkaar, al sinds weken, maanden
misschien, regelmatig ontmoetten, dat wist ze.....maar
niet dat Nesje nu een kind verwachtte van hem en dat zij het hem vandaag had gezegd en dat zij hem nu meteen ־joor zich alleen had opgeëischt ■—, en dat hij nu niet terugkomen zou.
Het viel zoo schrikkelijk onverwacht —, en het was zoo angstaanjagend nuchter en eenvoudig —׳, dat nu haarhujwe-lijk, 't welk zijzelf onbewust een eeuwig en onverbrekelijk deel van haar bestaan had gewaand, waarvoor ze in haar hart, ondanks alles, de harde woorden, het koppige verbitterde verwerpen, de verboden liefden, de ongeoorloofde vervoeringen, altijd door dezelfde, een bijna plechtige gehechtheid had gevoeld, iets als eerbied en vrees ׳— dat de oorzaak en bron was geweest van al haar strijd en afmattend ^elf-verwijt, angst en klein berouw, dat over haar lot had beslist, haar leven had geleid, haar groei belemmerd, haar geest geknot en verminkt —׳, en dat toch temidden van al !het wankele en wisselende een vastheid was gebleven .—, !dat dit huwelijk, waarin zijzelf was vastgegroeid, nu zoo, met een koele, zakelijke mededeeling van hem, ontbonden was, opgeheven, te niet gedaan, als was het er nooit geweest. Het heden verloor ineens redelijkheid en zin —, het verleden werd als uit haar losgesneden en verdween en verzonk onder haar weg als in een diepe poel. Egbert zou niet meer ter^ig-keeren —, en zij was vrij .—, nu ze geen vrijheid meer wilde, meer gebruiken kon. Hij zou niet meer tegenover haar zitten onder de lamp, zijn bed zou leeg blijven, zijn plaats aan tafel onbezet. Er lagen brieven dien dag voor hem gekomen] — die hoorden hier niet —, 's middags niet en's avonds laat ïjiiet zou ze ooit meer de sleutel in het slot hooren gaan. Hij schreef, dat hij aan haar de beslissing liet: of ze hem nog wilde zien of liever had dat hij zijn kleeren en de dingen dieliem persoonlijk toebehoorden, zou laten weghalen. Ze keek den brief nog eens in. !
״Ons huwelijk was al lang geen huwelijk meer —, dat weet je even goed als ik. We behoeven er niet meer over 252