Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



verborgen heerlijkheid, wonderlijke verschieten, die zijzelf niet kende, waar ze met blijden moed in doordringen wilde, die ze ׳ ontginnen en waaruit ze schatten aandragen zou om zichzelf en om anderen te verrijken. Ze was met alle dingen één geweest, ze had zoo innig gedeeld in de blijdschap en de droefenis van luchten en getijden, dat het haar vaak smartelijk verbijsterd had, dat de luchten en getijden in haar droefenis en blijdschap niet deelden — en dat de zon scheen, als haar oogen verduisterd waren — wind en water spraken tot haar en haar hart gaf weerklank op wat ze fluisterden, beloften, voorspellingen, die het leven ophieven en het dagwerk draaglijk maakten.

En in kleinen strijd, in armhartige worsteling met zichzelf en met anderen, die ze winnen wilde en niet winnen kon —, met Egbert om recht en voorrecht, zóó waren haar jaren vergaan. Nog wel verstond ze wat wind en water fluisterden, maar het verrukte haar niet, het maakte haar rusteloos en bang, het verhoogde haar verwarring en verzwaarde haar strijd, ze vermeed ze eerder dan dat zij ze zocht, nu toch de voorspellingen niet verwerkelijkt waren en de beloften niet vervuld. Wat haar restte was eenzaamheid ook de menschen moest ze vermijden, ze kon niet onbewogen fusschen hén leven, ze werkten op haar in als magneet op ijzer, brachten innerlijke beroeringen in haar te weeg, die haar van evenwicht en hoogheid beroofden —, zonder dat iets haar daarvoor schadeloos stelde.

Werk! Het woord klonk dof ׳—, de gedachte zette haar hart niet langer in gloed. Geluk, verheffing, een fiere heerlijkheid, dat waren de bronnen waaruit ze teerde —, wat restte, nu dat alles lag vergaan ? Hoe werkten toch anderen, hoe leefden toch anderen.....ze trachtte er zich rekenschap van te geven, maar haar gedachten waren te zwak en te slap, de draden die zij sponnen knapten af, verwarden zich, tot alle vastheid van denken vervlood in ijl en dof gepeins.

Had ze geslapen en was het al morgen? Zij schrok op en vloog overeind, sidderend en koud —, zoo schril trilde

de bel door de stilte van het huis. En ze bezon zich ras.....

het was avond.....wie kon er zijn zoo laat in den avond ?

Weer, met schriller, dringender trillen werd de stilte uiteengereten en ze liep haastig naar de deur.

Even later stond ze midden in de kamer, de kaken aan-eengeklemd om het klappertanden te weerhouden, den brief, dien een vreemde man was komen brengen, in de hand.

.251

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.