Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



getemde ■wildheid. Als ik hier alleen zit en hij begint, dan is het, alsof de wereld grooter wordt — ja, ik mag het bijzonder graag hooren."

Ze verwachtte geen antwoord ׳—, ze wist, dat hij haar niet had verstaan en misschien zelfs niet aangehoord.

„Mag ik je nog wat thee geven?"

Hij schoof norsch-zwijgend zijn kopje bij. En zij, terwijl ze inschonk, dacht aan Hugo en Charley —, aan wat er dien middag was voorgevallen —, en hoe ze na haar heengaan samen over haar gesproken moesten hebben, de vernedering gloeide in haar als een brandmerk. En hier zat ze tegenover dien jongen, die haai op geen enkele wijze bestond, die een andere taal sprak, ieder ding anders zag, met wie elke werkelijke aanraking buitengesloten was, en als ze zich afvroeg, hoe het toch kon, dat ze hier samenzaten, in haar huis, in dit intieme avonduur, en elkaar bij den naam noemden, dan rees haar een hoonend visioen voor den geest, van een vroeger samenzijn, in een afgelegen kamer, in de pauze van het concert —, achter de gesloten deuren de gonzende men-schenmassa en zij in de kamer dicht bij hem, het hoofd bijkans tegen zijn schouder geleund. Die jongen —, hij noemde haar „kleintje", zooals hij al zijn vroegere avonturen met dezelfde nietszeggende vriendelijkheid „kleintje" had genoemd —, hij bracht haar grappen over die ze verfoeide, die haar blozen deden ׳— hij liep naast haar en zat tegenover haar met een brutaal gezicht en zei lachend onbeschaamdheden over Egbert. Hem zou zijn vrouw niet „leveren," wat Ina Egbert dorst „leveren," eerder zou hij haar opsluiten of afstraffen met een zweep. Maar andere dagen was hij weer week en zoet, schreide met het hoofd in haar schoot, omdat hij toch ook maar een ongelukkige jongen was, een zwervertje, omdat hij toch nooit echte liefde had gekend, omdat hij al zoo jong zijn moeder had verloren. Dan luisterde Ina met diep in haar hart weerzin, wantrouwen, hard ongeloof —׳, maar ze toonde het niet, en zei woorden van beklag en zachte deernis, om hem genoegen' te doen, maar vooral, vooral om zichzelf de schamele illusie te geven, dat ze bij hem bleef, omdat ze moest, dat hij haar noodig had, dat ze zijn vervulling was, dat ze hem schadeloos moest stellen voor wat het leven hem wreedaardiglijk had onthouden —, maar ze geloofde er zelf niet meer in. Ze wist wel, dat ze hem bij zich hield uit sleur en koppigheid en om niet heelemaal alles te missen, dat naar gevoel en beweging leek.

„O, God , wat zitten we hier toch lief," barstte hij

.246

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.