in de kast en keerde zich naar haar om. Hij was niet meer zoo wit, zijn blik niet langer zoo meedoogenloos hard , Ina zag er bijna deernis in en het krenkte haar opnieuw en nog feller.
Charley, binnengekomen met een vroolijke mededeeling op de lippen, een tinteling in de oogen, stond ineens middenin de kamer stil.
״Wat is er —, wat heb jullie gehad?"
״Een klein misverstand," zei Hugo koel; Ina zweeg.
״Toch niet onherstelbaar —, wil ik hopen ?" Charley glimlachte, terwijl ze de vraag uitsprak, maar in haar blik verschenen spanning en onrust, een vluchtig rood overtoog haar gezicht.
„Ik vrees van wèl."
„Maar wat dan ? '
„Ik zal het je straks wel vertellen."
„Als zij weg is," vulde Ina bitter in haar gedachten aan.
„Ik ga al," zei ze heesch —, het klonk nederiger dan ze wilde. Ze keek hem schuw aan en stak hem de hand toe. Hij drukte die vluchtig.
„Dag Ina."
Charley stond strak van verbazing. Ze ondervroeg haar man met den blik, maar die wenkte dat ze Ina uitlaten moest. Ina zag het —, het was duldeloos. Ze rende bijna de kamerdeur uit —, de grijze kilte van de breede gang viel als ijs op haar strak-brandend gezicht —, in het pijnlijk zwijgen scheen de tocht naar de voordeur eindeloos lang —, buiten sneeuwde het opnieuw in de vale schemering.
„Ik zie je nog wel," zei Charley vaag, „ik ga maar gauw naar binnen, het is zoo koud.. ..," en ze trok zich rillend terug uit de open deur —׳, toen Ina van de straat af nog even omkeek, was de deur alweer dicht, de gordijnen hingen recht en gesloten voor de lage, breede ramen. 1
„Blijft het den heelen avond, dat gejammer hiernaast?" vroeg Rudolf geprikkeld. „En kun jij dat hebben ? }ij beweert dat je muzikaal bent? Dat moet je me nog eens vertellen!"
Ina kreeg een kleur.
„Ik heb nooit gezegd, dat ik „muzikaal" ben. Ik houd van muziek en wat jij noemt het „gejammer" van dien gekken, ouden man hiernaast, dat doet mij aangenaam aan. Het is tegelijk zoo wanhopig en zoo volslagen gelaten, een
.245