Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



״Deed ik je pijn, Ina 1"

Maar de vriendelijkheid prikkelde haar plotseling tot razernij, gaf haar het volle besef van haar toestand, van wat ze had gedaan, van haar vernedering. Ze haatte hem nu bijna, ze haatte ze nu beiden; met haar hoofd in den arm stond ze mokkend stil en antwoordde niet.

״Heb je ergens pijn, kind?" vroeg hij weer, zachtzinnig, verward, zelf niet zeker of dit de goede toon was.

Toen sloeg ze ineens de oogen naar hem op, het was of er iets kort opvlamde en dan verkoold afknapte binnen in haar hoofd, ze keek hem hoonend in de oogen, haar stem sloeg over, rauw en valsch.

״Bekommer jij je maar niet om mij, edelaardig echtgenoot. Stik maar liever in je deugd, scheinheilige pantoffelheld. Ga van mij af, je trouw loopt gevaar, ga biechten bij Charley, zeg dat je mij aangeraakt hebt — en kijk of ze anders is dan de rest, zij met haar schoone theorieën over het huwelijk."

Ze zweeg hijgend —maar de rauwe klank van haar stem klonk tergend in haar eigen ooren na. Hij had zich zonder een woord afgewend —, met een korten, kouden blik, en liet haar staan, en keek niet meer naar haar om. Haar hart bonsde zwaar, even nog hield de verluchting om de slechte, onredelijke woorden,-die ze niet meende, waarin ze enkel haar jammer en haar verlatenheid en haar wrok gelucht had, de overhand —, maar al gauw glom het onheilig vuur uit en ze stond ijskoud en trillend, verslagen van schaamte. Ze dacht vluchtig aan een jarenlange vrees uit haar jeugd, toen iemand haar eens had verteld van een vrouw die, tevoren beschaafd en zachtzinnig, krankzinnig geworden, de laagste taal uitsloeg —, de vrees, dat zij ook zoo zou worden en zonder het te weten altijddoor toonen het allerlaagste dat in haar was —, nu was ze een oogenblik zóó geweest en juist hij had haar zoo gezien, den feilen, valschen blik van haar oogen, en het rauwe, leelijke stemgeluid, de rauwe, leelijke woorden gehoord. En nu stond hij van haar afgewend —, als kende hij haar niet. En alles, dat hij haar ooit gegeven en toegedacht had, had hij teruggenomen met dien eenen blik .—, duidelijker dan met woorden kon, haar te kennen gegeven dat ze nu voortaan een vreemde, een onsympathieke, ongewenschte vreemde voor hem was. En ook zij-zelf wilde hem niet meer zien na dit. Ze had eigenlijk al niet meer het recht hier bij hem in zijn kamer in zijn huis te wezen —׳, ze had al weg behooren te zijn.

Daar kwam Charley —, daar was ze. Hugo zette onmiddellijk het boek, dat hij veinsde te doorbladeren naast zich

.244

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.