״En hoe heb jij het gehad ? Vertel eens wat!"
Ze voelde zich ineens koel en gekrenkt.
„Ik —, o, uitstekend ׳—, dankje."
Ze zag zijn nauwelijks-merkbaar schouderophalen, terwijl hij het hoofd even afwendde —, en voelde zich radeloos. Maar hij keerde zich in een vernieuwde poging om enkeek haar hartelijk aan.
„Je hebt het heelemaal niet zoo „uitstekend" gehad, kind , waarom zeg je dat dan ?"
Ze was nu ineens zoo ontroerd, dat ze met moeite haar tranen bedwong —•, hoe diep ellendig was toch dat voortdurend wisselen van stemming en gevoel, als het draaien in een mallemolen, om duizelig bij te worden en zichzelf kwijt te raken. Zonder dat ze wist waarom, half werktuigelijk, stond ze op en liep onvast en doelloos naar het raam, en leunde tegen de vensterbank, met beide handen achter zich de raamknoppen omvattend. Zoo half van het licht af, was haar gezicht op het best. Hij stond nu voor haar en keek op haar neer, met een glimlach en een zachten blik. Ze sloeg onmiddellijk de oogen neer, haar hart klopte hevig.
„Durf je mij niet aanzien ?'' plaagde hij —, hij wilde haar, voelde ze, niet grieven door te veel teruggehoudenheid, die den schijn van aanmatiging en onhoffelijkheid zou kunnen hebben, hij wilde beleefd en vriendelijk en gemeenzaam met haar zijn —, en daarom sloeg hij dien vaderlijken toon aan, die elke andere teederheid moest buitensluiten. Maar toch •—, was er niet, zooeven, een milder, warmer schijnsel in zijn oogen geweest?
„Kijk me eens aan!" herhaalde hij.
Maar ze hield nog steeds het hoofd afgewend. Hem prikkelen wilde ze nu, hem lokken en vangen.
Toen voelde ze, dat hij haar bij de handen greep, om schertsend haar te dwingen op te zien —, het was of een vlam door haar heen sloeg. Het leek haar, dat ze nooit tevoren een man had liefgehad, dat ze niet had geweten wat liefde was, dat ze niet had geweten wat verlangen was voor dit oogen-blik, ze voelde in haar lippen het heftig verlangen naar zijn mond, haar knieën trilden —, ze was alle list en zelfbedwang vergeten, met donker-gloeiende oogen stond ze voor hem en reikte zichzelf naar hem toe om zich in zijn armen te werpen.
Hij liet onmiddellijk haar handen, die hij in een ondoordacht oogenblik argeloos gegrepen had, weer los —, zoo heftig verschrikt, dat ze bijna haar evenwicht verloor en wankelend terugviel tegen het raam. Hij ontstelde ervan.
.243